gras

onzijdig (het)/ɣrɑs/

Wat is de betekenis van gras?

gras betekent: (bloemplanten) benaming voor planten uit de familie plantenfamilie omvattende gras (zie betekenis 2), graan, rijst, bamboe

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit de familie plantenfamilie omvattende gras (zie betekenis 2), graan, rijst, bamboe
  2. plantkunde (plantkunde) benaming voor planten uit de familie die een oppervlak met sprietvormige groene bladeren begroeien

Voorbeelden van "gras" in een zin

  • Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.
  • Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.

Betekenis en uitleg van gras

Gras is een veelvoorkomende, groene plant die vaak op gazons, weilanden en parken groeit. Het vormt een belangrijk onderdeel van ons ecosysteem en biedt voedsel voor vele dieren, zoals koeien en konijnen.

Je gebruikt het woord 'gras' meestal wanneer je spreekt over de vegetatie in tuinen of natuurgebieden. Het kan ook verwijzen naar de ondergrond waarop je kunt zitten of spelen, zoals in een park. Daarnaast heeft gras een symbolische betekenis in uitdrukkingen, bijvoorbeeld over groei en natuur.

Voorbeelden

  • De kinderen speelden vrolijk op het gras in het park.
  • Na de regen was het gras mooi groen en vol leven.
  • De boer liet zijn koeien grazen op het verse gras van de wei.

Woordoorsprong

Het woord 'gras' komt van het Oudnederlands 'gras', wat ook 'groene plant' of 'voedsel' betekende.

Veelgestelde vragen over gras

Wat is de betekenis van gras?

gras betekent: (bloemplanten) benaming voor planten uit de familie plantenfamilie omvattende gras (zie betekenis 2), graan, rijst, bamboe

Hoeveel betekenissen heeft gras?

gras heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft gras?

gras is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je gras in een zin?

Voorbeeld: “Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gewas op weiden e.d.’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1125.

Uitdrukkingen

  • Een adder(tje) onder het grasEen gemene bedoeling die ergens achter schuilt, een verborgen valstrik/dubbele bodem van iets
  • Er geen gras over laten groeienDirect iets doen
  • Het gras in de knieën hebbenLijden aan voorjaarsmoeheid
  • Iemand het gras voor de voeten wegmaaienAlles al zeggen wat een ander eigenlijk zelf had willen zeggen
  • Te hooi en te gras komenZo nu en dan komen
  • Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener/Het gras bij de buren is altijd groenerMen is gauw geneigd te denken dat anderen geen of minder problemen hebben

Vertalingen

Engelsgrass, grass
Fransherbe, gazon
DuitsGras, Gras
Spaanshierba, césped, grama