grasmaaier
mannelijk (de)/ɣrɑsmajər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een machine om het gras te maaienDe grasmaaier werd niet vaak gebruikt door dat gezin.
- iemand die het gras maaitHoewel mijn vrouw het meeste werk verricht in de tuin, ben ik de grasmaaier van de familie.
Etymologie
* van grasmaaien
Vertalingen
Engelslawn mower
Franstondeuse à gazon
DuitsRasenmäher
Spaanscortacésped
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek