Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grauers breedbek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (breedbekken en hapvogels). Deze soort komt voor in het Itombwe-gebergte van oostelijk Congo-Kinshasa en zuidwestelijk Oeganda
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek