Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grauwe abeel
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een populier uit de sectie Leuce en de subsectie Albidae (abelen). De grauwe abeel wordt wel beschouwd als een kruising van de witte abeel () en de ratelpopulier (). De plant komt voor in Klein-Azië en in Zuid-Europa en . In Nederland wordt de boom al heel lang aangeplant
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek