Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grauwe fitis
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie . Het is een zomergast in het Baltische gebied en oostwaarts, die wat het verenkleed betreft sterk op de noordse boszanger lijkt, maar qua vorm meer op de tjiftjaf. De bovendelen zijn olijfgroen
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek