graveel
onzijdig (het)/ɣraˈvel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fijn zand of gruis
- aandoening met nier- of galstenenHet lijstje met kwalen waaraan Johannes Calvijn leed deed niet onder voor dat van Luther. Hij leed veel aan hoofdpijn; voorts kampte hij met pleuritis, een endeldarmaandoening van ernstige aard, de derdedaagse- en vierdedaagse koorts, graveel met niersteenkoliek en jicht.
Etymologie
* uit het Oudfrans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek