Grazen

/'χrazə(n)/

Wat is de betekenis van Grazen?

Grazen betekent: (inerg) het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen

Voorbeelden van "Grazen" in een zin

  • De koeien graasden vredig in de wei.
  • Een dag later, lopend door een brede kloof, zag ik een rookpluim in de verte omhoog kringelen. Toen ik aankwam bij het vuurtje zag ik tot mijn verbazing twee paarden aan een lang touw grazen, met verder niemand in de buurt.

Betekenis en uitleg van Grazen

Grazen betekent dat dieren, zoals koeien of schapen, gras of ander groenvoer eten. Het is een natuurlijke activiteit waarbij ze hun honger stillen en tegelijkertijd de omgeving verkennen.

Je gebruikt het woord 'grazen' vaak in de context van landbouw en veeteelt, maar het kan ook figuurlijk gebruikt worden om te verwijzen naar het rustig en zonder zorgen genieten van iets. Het woord roept beelden op van uitgestrekte weilanden en een vredige sfeer. Wanneer je het gebruikt, kan het ook een gevoel van eenvoud en natuurlijke levensstijl oproepen.

Voorbeelden

  • De koeien grazen rustig in de groene wei, terwijl de zon ondergaat.
  • Tijdens de picknick zagen we een paar schapen die grazen aan de rand van het bos.
  • Na een lange wandeling in de natuur genoten we van het uitzicht op de velden waar de paarden grazen.

Woordoorsprong

Het woord 'grazen' komt van het Oudnederlands 'gras', wat verwijst naar het voedsel dat herbivoren eten. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook betrekking hebben op gras en voeden.

Veelgestelde vragen over Grazen

Wat is de betekenis van Grazen?

Grazen betekent: (inerg) het eten van gras en andere bodemvegetatie zoals bijvoorbeeld runderen dit doen

Hoe gebruik je Grazen in een zin?

Voorbeeld: “De koeien graasden vredig in de wei.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gras eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401

Uitdrukkingen

  • Iemand te grazen nemeniemand een gemene streek leveren, op gemene manier er tussen nemen

Vertalingen

Engelsgraze
Franspaître
Duitsgrasen, weiden, äsen
Spaansapacentar, pastar, campear