green
mannelijk (de)/ɣren/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) grove den,
- (plantkunde) (verouderd) dennenboom, naaldboom
zelfstandig naamwoord
- (sport) (golf) speelveld met kort gemaaid gras rondom een hole
- (sport), (verouderd) (golf) aanduiding van een complete golfbaan met meerdere holes
werkwoord
- (verouderd) enkelvoud verleden tijd van grijnen
Etymologie
*[golfveld]: van "green"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek