woorden
boek
Start
›
G
›
grenspassage
grenspassage
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het passeren van een grens; de keer dat men een grens passeert
plaats waar men de grens kan passeren
Synoniemen
grensovergang
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← grenspalen
grenspatrouille →