Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

grenspolitieagent

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die belast is met de grensbewaking; iemand die werkt bij de grensbewaking
    Johannes aangename herinneringen uit Hamar barstten als een zeepbel toen de coupédeur met geraas werd opengetrokken en twee Duitse grenspolitieagenten met een in burger geklede chef op de achtergrond binnen kwamen stampen en brulden om documenten.
    Volgens het ministerie van Volksgezondheid in Gaza raakten minstens 24 Palestijnen, waaronder twee minderjarigen, gewond door Israëlisch geweervuur. Een Israëlische grenspolitieagent werd neergeschoten en raakte zwaargewond.