grensrechter
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voetbal) een van beide assistent-scheidsrechters die aan de zijlijnen van het veld geplaatst zijnDe grensrechter hief zijn vlag om buitenspel aan te geven.
Vertalingen
Deenslinjedommer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek