griesmeelpudding

mannelijk (de)/ˈɣrismelˌpʏdɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) zoet nagerecht bereid door melk, suiker en grof gemalen tarwe of spelt te koken en af te laten koelen
    En griesmeelpudding met bessensap kan ik ook fantastisch maken, en dan doe ik er geen anijs in, wat heel veel mensen wel doen.