Griet
vrouwelijk (de)/ɣrit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief), (informeel) jonge vrouw, meisjeWat een aardig grietje is ze aan het worden.
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) grutto
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaald soort vis, uit de familie van tarbotachtigenDe griet is een platvis die voorkomt in gematigde wateren.
Etymologie
*[C] (klanknabootsing), in de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717
Uitdrukkingen
- in mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet
Vertalingen
Engelslass, bird, chick
Fransnana, gonzesse, barge à queue noire
DuitsMädel, Uferschnepfe, Glattbutt
Spaanschica, muchacha, aguja colinegra
Italiaansragazza, pittima reale, rombo liscio
Russischбабёнка
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek