Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grijsbrauwbreedbek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (breedbekken en hapvogels). De vogel werd in 1834 door de Britse natuuronderzoeker geldig beschreven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek