Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grikwa
onzijdig (het)/ΛΙ‘rikwa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (demoniem) iemand die behoort tot het gelijknamige volkIn deel IV, bl. 23, 24 zegt 'n Grikwa: βAi, heetze, as di Lou di feul le foung, dan moet hy dood, ja dat ees seker, hy moet dood, as dit so ees,β (β¦)
- (demoniem) volk ontstaan uit de vermenging van Hottentotten en Boeren
- behorend tot of betrekking hebben op het gelijknamige volkDaar de Grikwa Kerk door de blanke gemeente gekocht en gebruikt werd, kocht men dadelijk voor Β£ 75 een geschikt huis, dat dienen kon als Zending Kerk, en nog heden als schoolgebouw gebruikt wordt.
Etymologie
*via "Griekwa" van een inheemse benaming in een Khoikhoitaal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek