Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

grikwa

onzijdig (het)/ˈɑrikwa/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, demoniem (persoon) (demoniem) iemand die behoort tot het gelijknamige volk
    In deel IV, bl. 23, 24 zegt 'n Grikwa: β€˜Ai, heetze, as di Lou di feul le foung, dan moet hy dood, ja dat ees seker, hy moet dood, as dit so ees,’ (…)
  2. demoniem (demoniem) volk ontstaan uit de vermenging van Hottentotten en Boeren
  3. behorend tot of betrekking hebben op het gelijknamige volk
    Daar de Grikwa Kerk door de blanke gemeente gekocht en gebruikt werd, kocht men dadelijk voor Β£ 75 een geschikt huis, dat dienen kon als Zending Kerk, en nog heden als schoolgebouw gebruikt wordt.

Etymologie

*via "Griekwa" van een inheemse benaming in een Khoikhoitaal