Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grillig houtputje
onzijdig (het)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zakjeszwammen) een schimmel behorend tot de familie . Hij groeit saprotroof op dood loofhout. Vruchtlichamen zijn verzonken. De kleur is wit tot crème of geel of bleekgeel. Ze groeien in weefsel en openen onregelmatig. Ze hebben ellipsoïde tot clavate, 1-10 voudig gesepteerde sporen. Het grillig houtputje komt in Nederland matig algemeen voor
Etymologie
* , (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek