grimlachen

/'ɣrɪm.lɑxə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) geveinsd, vriendelijk lachen om zijn emotie (kwaadheid of nijd) te verbergen
    De vorstlyke achtbaerheit, en zonder straf, schoffeeren!Hierop begon 't gedruisch afgrijslijk te vermeeren.Terwijl veel watergoôn uit heimelyke nijtGrimlachen in hun vuist, om zulk een bits verwijt.
  2. erga (erga) boosaardig of hatelijk lachen

Etymologie

*, voor het eerst aangetroffen in 1671, zie vindplaats hieronder.