Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
groefkopadders
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (reptielen) een onderfamilie van slangen uit de familie adders (). In sommige indelingen worden de groefkopadders als volwaardige familie gezien (Crotalidae). De groep werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Nicolaus Michael Oppel in 1811
Etymologie
* "groefkopadder" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek