groeien

/ˈɡrujə(n)/

Wat is de betekenis van groeien?

groeien betekent: (erga) groter worden; toenemen in aantal

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) groter worden; toenemen in aantal
  2. ontwikkelen
  3. ov, kristallografie (ov) (kristallografie) doen groeien

Voorbeelden van "groeien" in een zin

  • De economie is de laatste tijd weer een beetje gegroeid.
  • En toen ik naar de eerste training in het Sportpalatset ging, nam Tage Lind- 185 strôm mijn tijd op voor de vijfentwintig en vijftig meter vrije slag, ik was op beide afstanden een stuk sneller geworden. Dat kwam natuurlijk niet alleen door de trainingen tussen onze steiger en die van de Von Rosens. Ik was simpelweg gegroeid en sterker geworden.
  • De dagen daarna sliep ik steeds alleen, en langzaam maar zeker groeide mijn zelfvertrouwen.
  • Wij hebben jullie zo goed mogelijk proberen op te voeden en hebben jullie zien groeien en bloeien.
  • Voor de productie van een geïntegreerd circuit wordt er eerst een groot en in grote mate perfect eenkristal van silicium gegroeid.

Betekenis en uitleg van groeien

Groeien betekent dat iets zich ontwikkelt of toeneemt in omvang, hoeveelheid of kwaliteit. Het kan gaan om planten die groter worden, maar ook om persoonlijke ontwikkeling of vaardigheden die verbeteren.

Het woord 'groeien' wordt vaak gebruikt in zowel fysieke als figuurlijke zin. Je kunt het gebruiken als je het hebt over de groei van een kind, een bedrijf of zelfs ideeën. De nuance kan variëren van een geleidelijke verandering tot een plotselinge sprongetje in ontwikkeling.

Voorbeelden

  • De bloemen in de tuin beginnen te groeien nu het voorjaar zijn intrede doet.
  • Tijdens zijn studie is hij enorm gegroeid in zijn kennis van de Nederlandse literatuur.
  • De start-up groeit snel dankzij de innovatieve producten die ze aanbieden.

Woordoorsprong

Het woord 'groeien' komt van het Germaanse 'growan', wat 'toenemen' of 'vermeerderen' betekent.

Veelgestelde vragen over groeien

Wat is de betekenis van groeien?

groeien betekent: (erga) groter worden; toenemen in aantal

Hoeveel betekenissen heeft groeien?

groeien heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je groeien in een zin?

Voorbeeld: “De economie is de laatste tijd weer een beetje gegroeid.

Etymologie

* In de betekenis van ‘(in grootte) toenemen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Uitdrukkingen

  • met 60.000 groeien

Vertalingen

Engelsgrow
Franspousser, croître
Duitswachsen
Spaanscrecer
Poolsrosnąć