Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
groenpootbospatrijs
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoendervogels) een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae). Deze wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1859 door Edward Blyth. De soort komt voor in Zuidoost-Azië en telt 7 ondersoorten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek