grof
/χrɔf/
Wat is de betekenis van grof?
grof betekent: fors, hevig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- fors, hevig
- ruw van makelij
- lomp [1], onbeschaafd, ongemanierd en/of aanstootgevend
- buitengewoon groot of veel
- niet nauwkeurig, ruw [4]
Voorbeelden van "grof" in een zin
- Er werd grof geschut gebruikt.
- Hij bezat alleen grof aardewerk.
- Hij sloeg de hele tijd grove taal uit.
- Met een zwaar Israëlisch accent waren al zijn grappen bezaaid met grove straattaal.
- Ik verdien grof geld sinds de start van dat project.
Etymologie
In de betekenis van ‘groot, ruw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek