grondslag

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. metselwerk in de grond waarop een gebouw kan rusten
  2. datgene waarop een beschouwing, ontwerp, redenering e.d. berust
    Precies dat ligt ten grondslag aan wat economen de 'verwatering' van ouder-kindtijd noemen.
    Bij een bekende kostschool in het plaatsje Rugby lagen de uitgangspunten van muscular Christianity en ridderlijkheid ten grondslag aan de gelijknamige sport die zich verspreidde over het Britse eiland (en rijk) in de negentiende eeuw.

Etymologie

* In de betekenis van ‘fundament’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Spaanscimiento, base, fundamento