Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grootakkoord
onzijdig (het)/se'klɛɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een drie- of meerklank met minimaal: “een begintoon (prime), een grote terts en een reine kwint”Een toonladder met zowel klein- als grootakkoorden.
Vertalingen
Engelsmajor chord
Fransaccord majeur
DuitsDurakkord
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek