grootbek

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die luidruchtig van zich laat horen, iemand met een grote mond
  2. iemand die speeksel uitademt bij het spreken; iemand die spreekt met consumptie
  3. vogel met een grote snavel, in het bijzonder een toekan ()
  4. soort vis