Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grootbladige marmeldoos
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een altijdgroene struik of kleine boom met een dichte ronde kruin. De struik kan 4-12 meter hoog worden. De rechte stam kan 30–50 cm in doorsnee worden. Het is een boom van de onderlaag van het regenwoud. De boom groeit bij voorkeur op hellende grond met zanderige bodem
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek