groothandel

mannelijk (de)/ˈɣrothɑndəl/

Wat is de betekenis van groothandel?

groothandel betekent: (economie) de handel die producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) de handel die producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars.
  2. economie, bedrijf (economie) (bedrijf) een bedrijf die producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars.

Veelgestelde vragen over groothandel

Wat is de betekenis van groothandel?

groothandel betekent: (economie) de handel die producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars.

Hoeveel betekenissen heeft groothandel?

groothandel heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft groothandel?

groothandel is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van groothandel?

Synoniemen van groothandel zijn: grossierderij.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘koop en verkoop in het groot’ voor het eerst aangetroffen in 1857

Vertalingen

Engelswholesale