grootheid
vrouwelijk (de)/ˈɣrotheit/
Wat is de betekenis van grootheid?
grootheid betekent: (wiskunde), (wetenschap) zaak in zoverre die voor vermeerdering en vermindering vatbaar is, iets meetbaars en/of kwantificeerbaars
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde), (wetenschap) zaak in zoverre die voor vermeerdering en vermindering vatbaar is, iets meetbaars en/of kwantificeerbaars
- (maatschappij) iemand met veel maatschappelijk aanzien
Voorbeelden van "grootheid" in een zin
- Ingeborgs vader, baron Von Freital, geloofde niet in de liefde, maar des te meer in geld en afkomst, en vooral in de gunstige combinatie van die grootheden.
Veelgestelde vragen over grootheid
Wat is de betekenis van grootheid?
grootheid betekent: (wiskunde), (wetenschap) zaak in zoverre die voor vermeerdering en vermindering vatbaar is, iets meetbaars en/of kwantificeerbaars
Hoeveel betekenissen heeft grootheid?
grootheid heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft grootheid?
grootheid is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je grootheid in een zin?
Voorbeeld: “Ingeborgs vader, baron Von Freital, geloofde niet in de liefde, maar des te meer in geld en afkomst, en vooral in de gunstige combinatie van die grootheden.”
Etymologie
*afgeleid van groot
Vertalingen
Spaanscantidad, magnitud, tamaño
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek