grootmeester
mannelijk (de)/ˈɣrotmestər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (schaak) schaker of dammer met de hoogste internationale titel die hij op grond van behaalde resultaten kan verwerven
- opperbestuurder van sommige corporaties of orden, bv. de hoogste waardigheidsbekleder bij een ridderorde, bij een moederloge van de Orde der Vrijmetselaren
- een van de grootofficieren of de hoogste vrouwelijke beambte bij het huis van de koningin, naast de hofmaarschalk
- de voornaamste persoon in een bepaalde kring, naar wiens voorbeeld de anderen zich richten
Vertalingen
Spaansgran maestro, gran maestro internacional, gran maestre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek