grootmoedigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- op een krachtige manier heel gul zijnVan de ene op de andere dag besloot Merkel vluchtelingen uit Hongarije op te gaan halen en Syriërs kregen vrij toegang tot het land. Inmiddels zijn ruim een miljoen vluchtelingen Duitsland binnengekomen. Haar grootmoedigheid is anders dan velen van haar gewend zijn.
- iets wat getuigt van grote gulheid
Etymologie
* afleiding van grootmoedig
Vertalingen
Engelsmagnanimity, generosity
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek