Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

grootoma

vrouwelijk (de)/ˈɣrotoma/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) moeder van oma of opa
    Vasthi heeft ook zin om kerst met haar oma en grootoma te vieren, lekker te eten, de kerstboom op te tuigen en laat op te blijven.