Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grootoorvos
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) Afrikaanse hondachtige. Beide namen slaan op de grote oren van het dier, waarmee hij ondergrondse geluiden kan opvangen en zo termieten en andere prooidieren kan opsporen. Ze behoren niet tot het geslacht Vulpes, en zijn dus geen 'echte' vossen
Vertalingen
Engelsbat-eared Fox
Fransrenard à oreilles de chauve-souris
DuitsLöffelhund
Spaansotocyon megalotis, zorro orejudo
Italiaansotocyon megalotis
Portugeesotócion
Russischбольшеухая лисица
Chinees大耳狐
Japansオオミミギツネ
Turksıri kulaklı tilki
Poolsotocjon
Zweedsafrikansk öronhund
Deensøreræv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek