Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grootsporige kopergroenbekerzwam
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zakjeszwammen) een blauw- tot geelgroene, vrij kleine bekerzwam. Hij leeft saprotroof op rottend hout van diverse loofbomen, vooral eik, beuk en hazelaar. De soort wordt gekenmerkt door de ruwwandige "tomentumhyfen" aan de onderzijde der apothecia, en sporen van 9-14 × 2-4 µm
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek