grootstad
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣrotstɑt/
Wat is de betekenis van grootstad?
grootstad betekent: dichtbebouwd gebied met veel inwoners waar mensen uit een zeer wijde omgeving naartoe komen voor economische of culturele activiteiten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dichtbebouwd gebied met veel inwoners waar mensen uit een zeer wijde omgeving naartoe komen voor economische of culturele activiteiten
Voorbeelden van "grootstad" in een zin
- In 1932 verschijnt dan Zielens' grote sociale roman Moeder, waarom leven wij? Het bekende verhaal van Netje, drie generaties armen in de grootstad, overduidelijk Antwerpen maar niettemin toch bepaald universeel.
Veelgestelde vragen over grootstad
Wat is de betekenis van grootstad?
grootstad betekent: dichtbebouwd gebied met veel inwoners waar mensen uit een zeer wijde omgeving naartoe komen voor economische of culturele activiteiten
Welk woordgeslacht heeft grootstad?
grootstad is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van grootstad?
Synoniemen van grootstad zijn: wereldstad.
Hoe gebruik je grootstad in een zin?
Voorbeeld: “In 1932 verschijnt dan Zielens' grote sociale roman Moeder, waarom leven wij? Het bekende verhaal van Netje, drie generaties armen in de grootstad, overduidelijk Antwerpen maar niettemin toch bepaald universeel.”
Etymologie
*, leenvertaling van "Großstadt"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek