woorden
boek
Start
›
G
›
grootvaderschap
grootvaderschap
onzijdig (het)
/'ɣrotfadərsxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het opa zijn; het hebben van kleinkinderen
Etymologie
* afleiding van grootvader
Verwante woorden
groomen
grooming
Groos
Groosman
Groot
groot artesisch bekken
groot australisch scheidingsgebergte
groot barrièrerif
groot-ammers
groot-bijgaarden
groot-brittannië
groot-brittannië en noord-ierland
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← grootvaders
grootvadertje →