Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grootvleugeligen
/ɣrotˈfløɣələɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- orde , insecten die relatief grote vleugels hebbenNet zoals de grootvleugeligen en de kameelhalsvliegen hebben de netvleugeligen doorzichtige vleugels met een zichtbare velugeladering.
Etymologie
*[2] leenvertaling van Latijn "megaloptera" gevormd met "μεγάλος" (megálos) "groot" en πτερόν (pterón) "vleugel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek