Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grote boogcotoneaster
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een bladverliezende struik, die behoort tot de rozenfamilie. De soort komt van nature voor in Zuidwest-China en is in Nederland verwilderd. De rimpelige mispel (Cotoneaster rehderi) wordt wel als een variëteit (Cotoneaster bullatus var
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek