Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

grote boogcotoneaster

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een bladverliezende struik, die behoort tot de rozenfamilie. De soort komt van nature voor in Zuidwest-China en is in Nederland verwilderd. De rimpelige mispel (Cotoneaster rehderi) wordt wel als een variëteit (Cotoneaster bullatus var

Etymologie

* (coll)