Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grote pitta
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae). De grote pitta is endemisch op de eilanden van de Noord-Molukken zoals Halmahera en telt 2 ondersoorten
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek