Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

grote renkoekoek

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koekoeksvogels (koekoeksvogels) een Noord-Amerikaanse koekoeksoort. Het is een van twee soorten renkoekoeken (Geococcyx). De grote renkoekoek is een snelle, grondbewonende soort, die in drogere streken op kleine gewervelden en grotere ongewervelden jaagt

Etymologie

*(coll)