gruis
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van gruis?
gruis betekent: kleine stukjes steen, grover dan stof, fijner dan brokken steen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine stukjes steen, grover dan stof, fijner dan brokken steen
Voorbeelden van "gruis" in een zin
- Bij het afbreken van het huis kwam de hele tuin onder het gruis
- De afdaling vanaf Sonora Pass viel me erg tegen, het pad was opvallend lastig met veel los gruis waardoor ik goed moest opletten om niet van de steile vulkaanhelling af te glijden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘verbrokkelde stof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330
Vertalingen
Engelsgravel, grit, powder
Spaanscascajo, grava, polvo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek