grutten

/ˈɣrʏtə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) mengsel van gebroken graankorrels. Er zijn grutten van boekweit, haver, gerst en rijst (gebroken rijst)
werkwoord
  1. inerg (inerg) grutten maken
tussenwerpsel
  1. bastaardvloek die lichte schrik uitdrukt

Etymologie

*[werkwoord] grut

Uitdrukkingen

  • goeie gruttenlieve help
  • grote gruttenlieve help

Vertalingen

Engelsgrits
Fransgruau
DuitsGrütze
Spaansharina gruesa, sémola