guano
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gedroogde mest van zeevogels, die op onbewoonde eilanden en klippen in de loop der eeuwen is opgehoopt
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans of Quechua, in de betekenis van ‘mest van zeevogels’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Vertalingen
Engelsguano
Spaansguano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek