guesthouse
onzijdig (het)/ˈɡɛsthɑus/
Wat is de betekenis van guesthouse?
guesthouse betekent: een verblijf voor gasten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verblijf voor gasten
- verblijf voor betalende gasten
Voorbeelden van "guesthouse" in een zin
- Tijdens het liften naar het boerendorp Trout Lake, verscholen in de bergen van Washington, werd ik opgepikt door een vriendelijke, oude man in een versleten tuinbroek, houthakkersoverhemd en een pistool aan zijn riem. Er klonk countrymuziek uit zijn autoradio en hij nodigde mij uit om een nacht in zijn guesthouse in de tuin te blijven logeren.
- Wie het iets lijkt om op het eiland in de Indische Oceaan aan de slag te gaan, moet wel ingesteld zijn op een afgelegen ligging. Daarom gaat de voorkeur uit naar een echtpaar, legt Ten Kate uit. Het guesthouse met vijf kamers ontvangt het hele jaar door gasten.
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek