Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

guichet

onzijdig (het)/Ι‘iΛˆΚƒΙ›/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. effectenhandel (effectenhandel) tussenpersoon die wel handelt in een bepaald waardepapier, maar daar zelf geen bezit in opbouwt
    De bank fungeert samen met dochter Pierson, Heldring & Pierson slechts als guichet, als loket, waar de aandelen gekocht kunnen worden.
  2. bouwkunde (bouwkunde) doorgeefluik, afgescheiden deel van een balie, bestemd voor transacties van bezoekers met een vertegenwoordiger van een organisatie
    Wie maalt er nou om de rij die volgende week zaterdag eventueel voor het guichet op Gatwick zou kunnen staan?
  3. bouwkunde, verouderd (bouwkunde) (verouderd) luik of klein deurtje als onderdeel van een grote deur
    Verschrikt vluchtten de nonnen naar hare cellen; en aldus alleen gelaten, moest AngΓ©lique wel zelve naar de gesloten voorpoort gaan en er het kleine luikje, guichet, wegschuiven.

Etymologie

*van "guichet"