gulp
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣɵlp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een door een strook stof afgesloten opening aan de voorzijde van een broek van de man, bedoeld om het plassen te vergemakkelijkenJe gulp staat open!Daarna maakte ik gebruik van hun verbazing, schudde mijn hoofd en zei iets als dat die rechtse stoot niet veel voorstelde, draaide me snel om, sloeg mijn arm om Vleugelmoer heen, die net zijn gulp dichttrok, en leidde hem naar de uitgang.
- een plotseling binnenkomende straal of golf waterAls je een gulp zeewater inslikt is dat niet lekker, maar je gaat er niet dood van.
Etymologie
* In de betekenis van ‘split in broek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1829
Vertalingen
Engelsfly, gulp
Fransbraguette, gorgée, coup
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek