gunnen

/ˈɣʏnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. voldoening hebben dat iemand anders iets heeft of verkrijgt
    Die promotie was hem zeker gegund.
    Ik had juist het gevoel dat elkaar vrijheid gunnen een mooie uiting van liefde is en dat het gezond voor je relatie kan zijn om van tijd tot tijd alleen te zijn.

Etymologie

*van Middelnederlands "gonnen", in de betekenis van ‘verlenen’ aangetroffen vanaf 1260

Vertalingen

Engelsnot begrudge
Duitsgönnen