gym
vrouwelijk (de)/ɣɪm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gymnastieklesWe hebben zo gym.
- ruimte met fitness apparatenHockney pakt de draad weer op, de burger is afgelegd, en doet zijn gehoorapparaten in. ‘Ik ben nog nooit in mijn leven in een gym geweest, en dat hou ik zo’, zegt hij, en er wordt instemmend gegrinnikt. de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]
- gymnasiumZit jij op het gym?
Vertalingen
Engelsgym, grammar school, high school
Fransgym, gymnastique, lycée classique
DuitsGymnastik, Gymnasium
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek