gymnasium

onzijdig (het)/ɣɪmˈnaziˌjʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) een vorm van secundair onderwijs dat zich toelegt op het leren van de klassieke talen
    De talen Grieks en Latijn zijn verplicht op het gymnasium.
  2. onderwijs, geschiedenis (onderwijs) (geschiedenis) sportschool uit de Griekse oudheid
    Het veld werd in de loop van de tijd gevarieerder, al bleef een achtergrond in het gymnasium noodzakelijk voor een succesvolle carrière, wat deelname aan atletiek de facto beperkte tot de elite en de stedelijke 'middenklasse'.
    De opkomst van het Griekse gymnasium wordt gedateerd in de zesde eeuw voor onze jaartelling.
    Volgens sommige historici ontstond het gymnasium mede door een nieuwe manier van oorlog voeren waarvoor fysieke training noodzakelijk was, anderen denken eerder dat door het gymnasium ook groepen buiten de elite fysiek 'kapitaal' konden verwerven.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘instelling voor middelbaar onderwijs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1876