gyroscoop

mannelijk (de)/ˌɣirɔˈskop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) voorwerp dat snel om zijn as tolt, waardoor de draaias de neiging heeft zijn stand te behouden
    Een gyroscoop wordt vaak gebruikt om een instrument te vrijwaren voor schokken en schommelingen (te stabiliseren).

Etymologie

*van "gyroscope", in 1852 door de uitvinder, de 19e-eeuwse Franse natuurkundige gevormd uit "γῦρος" (gúros) "ring" en "σκοπός " (skopós) "kijker"; in de betekenis van ‘stabilisator’ voor het eerst aangetroffen in 1855

Vertalingen

Spaansgiróscopo, giroscopio