hadji

mannelijk (de)/ˈhadʒi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (islam) moslim die gedurende de bedevaartsmaand Mekka bezoekt of ooit een pelgrimstocht naar Mekka heeft afgelegd
    Hadji, zo mogen de moslims zich noemen die in Mekka zijn geweest.
    De islamistische hadji’s kanaliseerden het sluimerende verzet tegen de blanken.

Etymologie

* van (ḥajjī), in de betekenis van ‘Mekkaganger’ voor het eerst aangetroffen in 1847