Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

hangpartij

vrouwelijk (de)/ˈhɑŋpɑrˌtɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schaak (schaak) afgebroken wedstrijd uit een eerdere spelronde in een toernooi
    Haar hangpartij uit de zesde ronde tegen de Tsjechische Nina Hruskova—Belska (wit) eindigde in remise.
  2. gelegenheid waarbij een of meer mensen door ophanging om het leven worden gebracht
    Ook de van kapper tot beul omgeschoolde Engelsman John Ellis (1874-1932) hield een dagboek bij, het in 1996 uitgegeven Diary of a Hangman. Met hem liep het slecht af, hij draaide door na een bloederige hangpartij van een mogelijk zwangere vrouw, pakte zijn oude scheermes weer op en sneed zichzelf de hals af.
  3. toestand waarin iemand geruime tijd hangt
    Als hij vroeger verjaagd was door de andere witte muizen in de glazen kom, was er daarna altijd iets nieuws gekomen. Als er na deze hangpartij aan de stenen iets nieuws zou komen, zou hij eerst verjaagd worden.
  4. figuurlijk (figuurlijk) onzekerheid over dreigend onheil die lang voortduurt
    De personeelsleden, die altijd dachten dat ze niets kon overkomen, maakten zich de laatste maanden ernstig zorgen. (…) Aan de maandenlange hangpartij van Karstadt is gisteren officieel een eind gekomen. De 120 Karstadtwarenhuizen, in Nederland te vergelijken met V&D en de Bijenkorf en in Duitse steden niet weg te denken, zijn overgedragen aan Berggruens investeringsmaatschappij.
  5. handel (handel) geheel van de goederen waar men onbedoeld eigenaar van is geworden
    Hij had de boedel overgenomen vanwege de machines, het kantoormeubilair was een hangpartij waar hij zo snel mogelijk vanaf wilde.